Veel gestelde vragen over nieuwe antistollingsmiddelen (DOAC’s) 

  1. Ik heb gehoord dat er andere antistollingsmiddelen in de handel zijn. Kom ik hier ook voor in aanmerking?

    Er bestaan sinds een aantal jaren “Direct” werkende antistollingsmiddelen. Deze werken niet zoals de acenocoumarol of de fenprocoumon indirect via de vit K, maar blokkeren direct bepaalde stollingsfactoren. Deze middelen worden nog niet voor alle indicaties voorgeschreven. Boezemfibrilleren en een trombosebeen of een longembolie zijn de meest voorkomende  aandoeningen waarvoor de nieuwe middelen, voornamelijk voorgeschreven worden. Uw behandelend arts of huisarts bepalen of u over kunt op één van de nieuwe middelen.

     

  2. Wat zijn de voordelen van deze directe antistollingsmiddelen?
    • U neemt ze dagelijks in een vaste dosering in. 1 of 2 maal daags.
    • U hoeft geen INR meer te prikken
    • De mate van antistolling is constant en niet meer afhankelijk van andere medicijnen of vitamine K bevattende voeding.
    • Minder kans op bloedingen (geen doorgeschoten INR).

       

  3. Ik heb boezemfibrilleren. Hoe weet ik wat het beste medicijn voor mij is?

    Neem hiervoor contact op met uw behandelend cardioloog, hij of zij kan dan bekijken welk  middel voor u het beste is.

     

  4. Wat te doen als ik van mijn specialist over mag op een DOAC?

    U neemt dan contact op met de trombosedienst, wij adviseren wat u van uw “oude” medicijnen moet innemen, wanneer u moet laten prikken, (de INR moet onder de 2.0 zijn), en wanneer u mag starten met de “nieuwe” middelen. U hoeft daarna niet meer te laten prikken en wij schrijven u uit bij de Trombosedienst.

     

  5. Zijn er ook nadelen aan deze nieuwe middelen?
    • U moet zelf goed opletten op de inname, er is geen bloedonderzoek mogelijk ter controle
    • Uw nierfunctie moet goed zijn en wordt daarom (half)jaarlijks gecontroleerd.
    • Bij acute ingrepen of bloedingen is er niet voor alle middelen een tegenmiddel beschikbaar.
    • De middelen werken kortdurend, in geval van een geplande ingreep geeft uw specialist u uitleg over stoppen en starten.
    • Er bestaat een licht verhoogde kans op bloedingen in het maagdarmkanaal.
    • Zoals bij alle medicijnen, bestaat ook hierbij een kans op lichte bijwerkingen.

       

  6. Hoe heten deze nieuwe middelen?

    Pradaxa, Xarelto, Eliquis of Lixiana

     

  7. Worden deze middelen ook vergoed door de zorgverzekeraar?

Ja, zowel als ze voorgeschreven zijn door de specialist, als door de huisarts worden ze vergoed door de zorgverzekeraar.

 


Nieuws

Vul uw informatie in en ontvang onze nieuwsbrief!

Aanmelden nieuwsbrief