INR-uitslag

Voor het controleren van de antistolingsbehandeling wordt er regelmatig bloed afgenomen. In het laboratorium wordt een stollingstest uitgevoerd waarvan het resultaat wordt uitgedrukt in INR. Dit betekent International Normalized Ratio. Van nature ligt de INR-uitslag rond de 1.0. Wanneer u Acenocoumarol of Fenprocoumon gaat slikken, zal uw INR-uitslag hoger worden. Hoe hoger de INR-uitslag hoe langer het duurt voor het bloed stolt.

De INR moet dus niet te laag zijn (kans op trombose) en niet te hoog (kans op bloedingen). Uw INR-uitslag moet het liefst in een bepaalde marge zijn, waarbinnen zowel de kans op een trombose als de kans op een bloeding zo klein mogelijk is. Dit wordt de therapeutische range of streefgebied genoemd. Uw behandelend arts stelt deze range vast, en deze is afhankelijk van de reden waarom u antistolling voorgeschreven gekregen heeft (indicatie).

De meest gebruikte streefgebieden zijn

  • 1e streefgebied, INR tussen 2.0 - 3.0
  • 2e streefgebied, INR tussen 2.5 - 3.5

Het streefgebied dat voor u van toepassing is staat op het doseerschema.

 Welke factoren kunnen de INR-uitslag beïnvloeden?

  • Tabletten vergeten in te nemen
  • Wisselend tijdstip van innemen van de tabletten (met name bij gebruik Acenocoumarol)
  • Aandoeningen als koorts, braken, diarree en uitdroging
  • Andere ziekten zoals lever-, nier- of schildklierziekten of kanker  
  • Effecten van andere medicijnen o.a. multivitaminen
  • Voeding
  • Stress
  • Sterk wisselende lichaamsbeweging
  • Grote veranderingen van gewicht
  • Veranderingen van leefomstandigheden
  • Sterk emotionele gebeurtenissen
  • Alcohol
  • Vakantie
  • Erfelijke aanleg